• Bomen met blote wortel planten
    • Bomen met blote wortel kan men planten van eind oktober tot eind april, met uitzondering van de vorstperiode.
    • Bescherm de wortels tijdens het transport en het planten tegen zon en wind zodat ze niet kunnen uitdrogen.
    • Plaats de wortels voor het planten even in een bak met water.
    • Maak een plantput 3x zo breed en 2x zo diep als het wortelgestel.
    • Plaats de boom in de plantput zodat de wortels maar net bedekt (max 2cm) worden met grond. Zeker niet dieper!!
    • Indien de boom geënt is, moet de ent boven de grond uitsteken.
    • Verspreidt de wortels goed in de plantput.
    • Meng de aarde met Planthumus (Osmo) of Vivimus (DCM) en vul hiermee de plantput.
    • Zorg dat de wortels goed contact hebben met de plantaarde door deze bij het vullen aan te trappelen zonder de wortels te beschadigen.
    • Voorzie elke boom van een steunpaal en een boomband. Voor een hoogstam een paal van 2m50, voor halfstam een paal van 2m. Breng de boomband in 8-vorm aan.
    • Geef voldoende water gedurende het eerste jaar, zeker in droge periodes.
  • Buxusmot
    De Buxus staat bijna in elke tuin, is groenblijvend en een ideale plant voor kleine haagjes en als vormplant in pot of in de tuin. Daarnaast is de Buxus of palmplant een inheems plantje dat het in onze regio goed doet, makkelijk snoei verdraagt en mooi vertakt. De laatste jaren wordt de plant aangetast door een nieuwe plaag van Aziatische oorsprong: de Buxusmot. In tegenstelling tot eerdere berichten in de media is de Buxusmot perfect te bestrijden met biologische bestrijdingsmiddelen, naast eventuele chemische middelen. TIPS: Schade van de rupsen is makkelijk te zien aan de bladeren die aangevreten zijn, soms is er een soort spinsel en bruine blaadjes. Op één plant kunnen meerdere rupsen voorkomen die naarmate ze groter worden ook meer blaadjes aantasten.  Het is voldoende de planten te controleren in de perioden met rupsen. De rupsen zijn actief eind april/begin mei, eind juli/begin augustus en september/oktober. Tot de verpopping start, kan je de bladvretende rupsen bestrijden met een biologisch of chemisch gewasbeschermingsmiddel. Verkrijgbaar in ons tuincentrum. Spuit goed binnen de struik en herhaal bij zware aantasting.  De Buxus staat bekend voor zijn recuperatievermogen en bij goede opvolging zullen de afgevreten planten opnieuw recupereren en dienen ze dus niet te worden verwijderd.
  • Graszoden plaatsen
    • Graszoden kan men bijna gans het jaar rond plaatsen, enkel bij vorst of bij temperaturen meer dan 25° is het af te raden. Graszoden moeten liefst zo snel mogelijk na het snijden, geplaatst worden. Ze zijn dus enkel verkrijgbaar op bestelling.
    • Verwijder indien nodig het huidig gazon en maak de bodem vrij van onkruid. Eventueel kan je opteren om oud gras en/of onkruid eerst te verdelgen met een herbicide.
    • Verdeel een bodemverbeteraar (turf, kompost) over de grond en frees of spit het perceel om.
    • Maak het perceel perfect vlak: dit is één van de belangrijkste stappen voor het bekomen van een mooi gazon. Elke oneffenheid zal immers later te zien zijn in je grasmat. Het egaliseren van het perceel kan je ofwel manueel, met een hark, ofwel machinaal met een rotoreg. Om het jezelf makkelijk te maken als je gaat maaien blijft je ongeveer 1,5 cm onder de rand van paden en kanten.
    • Na het egaliseren is het aan te raden om het perceel nog aan te drukken met een tuinwals. Belangrijk is dat je geen voetsporen meer ziet. Na het walsen de bovenste laag lichtjes losmaken met een hark. De zoden mogen hier direct op worden geplaatst. Begin in de verste hoek: het is afgeraden om over de uitgerolde zoden te lopen. Rol de graszoden gewoon achter elkaar uit. Zorg dat de ganse rol goed contact heeft met de grond. Leg de zoden nooit over elkaar maar naadloos tegen elkaar.
    • Snij de graszoden best door met behulp van een oud broodmes of een kleine houtzaag. Gebruik de rest van de rol om de volgende rij mee te beginnen, zo voorkom je teveel afval.
    • Onmiddellijk na het plaatsen water geven is heel belangrijk. Bij hoge temperaturen zeker niet wachten tot ’s avonds. De grasmatten mogen niet uitdrogen. Je hebt voldoende water gegeven wanneer de grond onder de zoden nat is, dit kan je zien door een hoekje van de zoden op te heffen. Water geven is nodig tot de grasmat goed is vastgegroeid.
    • Wanneer de zoden goed zijn vastgegroeid, kan er voorzichtig gemaaid worden. (niet korter dan 3 à 4 cm)
    • Regelmatig bemesten is belangrijk voor het behoud van een prachtig gazon. Een goede samengestelde meststof in het voorjaar. Eventueel bekalken in het najaar om mosvorming te voorkomen (PH moet minimum 5.5 zijn).